Button Text

Grip op lasrook: schadelijke stoffen effectief afzuigen

Las- & thermische processen
Rook- & dampafzuiging
Bij elke lasboog verdampt metaal. Wat daarna neerslaat is geen stof zoals je dat kent, maar een wolk van deeltjes die duizend keer kleiner zijn dan een zandkorrel, vermengd met gassen. Ze zijn klein genoeg om tot diep in de longen te komen en van daaruit in je bloed. In Nederland ligt de grenswaarde op 1 mg/m³ — een van de strengste ter wereld, en niet te halen zonder afzuiging vlak bij de boog. Daar vangen de installaties van Kiekens de rook af.

Wat is lasrook?

Lasrook is een mengsel van vaste deeltjes en gassen. De hitte van de lasboog laat het werkstuk, het toevoegmateriaal en eventuele coatings verdampen. Die damp koelt af en slaat neer als deeltjes die meestal kleiner zijn dan een duizendste millimeter. Dat is de rook die je ziet. Wat je niet ziet, zijn de gassen die er tegelijk ontstaan: koolmonoxide, stikstofoxiden en ozon.

Wat er precies vrijkomt, hangt af van wat je last. Bij gewoon constructiestaal gaat het vooral om ijzeroxide. Las je gelegeerd staal, dan komen mangaan, chroom en nikkel mee. Die drie bepalen het gezondheidsrisico, en ze vragen om meer dan een afzuigarm in de buurt. Dezelfde elementen spelen bij het slijpen en schuren van metaal - zie metaalstof en schuurstof.

Lasrook ontstaat door verdamping, niet door afslijten. Daarom is het veel fijner dan schuurstof. Dat heeft twee gevolgen die je op de werkvloer merkt. De deeltjes dwarrelen nauwelijks naar beneden, dus ze blijven lang hangen op ademhoogte. En ze worden niet tegengehouden door neus of keel: ze gaan er zo doorheen.

Waarom afzuigen niet optioneel is

Lasrook staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen. Dat geldt voor lasrook als geheel, niet alleen voor bepaalde legeringen.

Op korte termijn merk je het aan geïrriteerde ogen, een schrale keel, hoofdpijn en duizeligheid. Wie gegalvaniseerd staal last, kent metaaldampkoorts: griepachtige klachten die pas uren na de dienst opkomen, als je allang thuis bent.

Op lange termijn wordt het beeld ernstiger. Chronische bronchitis, longkanker en hart- en vaatziekten zijn aangetoonde gevolgen. Chroom(VI) en nikkelverbindingen zijn zelf ook kankerverwekkend. En dan is er mangaan, dat zenuwschade veroorzaakt met verschijnselen die op parkinson lijken. Dat is het risico dat in de praktijk het vaakst wordt onderschat, simpelweg omdat het zich pas na jaren laat zien.

Grenswaarden voor lasrook

Voor lasrook gelden in Nederland bindende grenswaarden. Ze zeggen hoeveel er maximaal in de lucht mag zitten, gemeten over een werkdag van acht uur.

  • A-stof (het fijnste deel, tot in de longblaasjes): 1 mg/m³.
  • E-stof (alles wat je inademt): 10 mg/m³.
  • Mangaan: 0,02 mg/m³ in de fijne fractie - vijftig keer strenger dan de algemene waarde, en relevant bij vrijwel elk laswerk aan staal.
  • Chroom(VI) en nikkeloxiden: kankerverwekkend, hier geldt dat je de blootstelling zo laag moet houden als technisch mogelijk is. Ze komen vooral vrij bij hooggelegeerd staal.
  • Boven 3 mg/m³ is arbeidsgezondheidskundig onderzoek verplicht, en niet alleen voor de lasser: ook voor collega's die ernaast werken.

Die mangaanwaarde is de lastigste van het rijtje. Zonder goede afzuiging bij de bron haal je hem niet. Dat is precies waarom het Arbo-informatieblad AI-22 voorschrijft dat je eerst bij de bron afvangt en pas daarna aan ventileren denkt.

In onze blogover grenswaarden voor lasrook staat de volledige tabel, de internationale vergelijking en wat je moet kunnen aantonen bij een inspectie.

Lasrook effectief afzuigen

Bij lasrook telt afstand zwaarder dan bij welk ander stof ook. De rook stijgt op met de warmte en gaat daarbij precies langs het gezicht van de lasser omhoog, tussen helm en werkstuk door. Een systeem dat pas een meter verderop begint te trekken, vangt de rook af nadat die is ingeademd.

Afzuigen bij de bron is dus het uitgangspunt. Daarvoor bestaan twee principes.

Hoogvacuüm: klein volume, veel kracht

Hoogvacuüm werkt met sterke onderdruk en weinig lucht, via een smalle mond vlak bij de boog of geïntegreerd in de brander zelf. Het vangt zeer gericht af, maar het bereik is klein - je moet de mond dus meeverplaatsen. Geschikt als je op een beperkt aantal vaste plekken last.

Laagvacuüm: groot volume, groot bereik

Laagvacuüm verplaatst veel lucht bij lage onderdruk, via afzuigarmen of kappen. Denk aan een afzuigkap boven het fornuis: het benut dat warme rook vanzelf omhoog gaat. Boven een lastafel werkt dat uitstekend. Het grotere bereik maakt het breed inzetbaar bij wisselend werk en grote werkstukken. In de praktijk is dit het meest toegepaste principe.

Afzuiging in de lasbrander

De meest precieze vorm van bronafzuiging zit in de brander zelf. Rond de gasmond ligt een trechtervormige opening die de rook wegtrekt voordat die het gezicht bereikt. Het grote voordeel: de afzuiging beweegt mee. Verschuift de lasser zijn positie, dan verschuift de afzuiging mee, zonder dat iemand een arm hoeft bij te stellen. In combinatie met een mobiele hoogvacuümunit haalt dit tot 99,9% van de opgevangen lasrookdeeltjes uit de lucht. Bij mobiel werk en krappe constructies is dit vaak de enige manier om het echt goed te doen.

Stationair of mobiel?

Stationair is bedoeld voor vaste werkplekken waar dagelijks gelast wordt. Eén centrale installatie bedient meerdere lasplaatsen tegelijk, met constante prestaties en een meertraps filter. Eenmaal geïnstalleerd draait het mee in je proces zonder dat iemand er nog naar hoeft om te kijken.

Mobiel is voor werk dat zich verplaatst. Compact, verrijdbaar, met eigen afzuigarm en filter. Je zet hem neer waar je hem nodig hebt. Vaak een aanvulling op een vaste installatie, maar hij functioneert ook prima op zichzelf.

Welke van de twee past, hangt af van hoe vaak je last, waar en waaraan. Onze engineers bepalen dat per situatie samen met jou.

Filterklassen: W1, W2 of W3

Niet elk filter mag alles. De norm NEN-EN ISO 21904 deelt lasrookafscheiders in drie klassen in, op basis van hoeveel ze afvangen:

  • W1: minimaal 95% afscheiding. Voor ongelegeerd en laaggelegeerd staal.
  • W2: meer dan 98%. Voor staal met maximaal 30% nikkel of chroom.
  • W3: meer dan 99%. Voor hooggelegeerd staal vanaf 30% nikkel of chroom.

Deze indeling bepaalt ook of je de gefilterde lucht mag terugvoeren naar de werkplaats. Alleen een W3-gecertificeerde installatie mag dat. Dat scheelt aanzienlijk in stookkosten, omdat je geen verwarmde lucht naar buiten blaast. Onze systemen worden uitgerust met filters van klasse W3.

Komen er gasvormige componenten vrij, dan is actiefkool nodig. Mechanische filtratie vangt gassen niet af, hoe fijn het filter ook is.

Sectoren waar lasrook een rol speelt

  • Metaalbewerking en plaatwerkindustrie
  • Machinebouw en apparatenbouw
  • Automotive en toeleveranciers
  • Scheepsbouw en offshore
  • Lucht- en ruimtevaart
  • Onderhoudswerkplaatsen en technisch MKB

Kiekens: jouw specialist in lasrookafzuiging

Met meer dan 100 jaar ervaring in industriële afzuigtechniek kennen we vrijwel elke lassituatie. Van een mobiele unit voor wisselend werk tot een centrale installatie die tientallen lasplaatsen tegelijk bedient. We beginnen met kijken: welk proces, welk materiaal, hoe ligt de hal. Daarna ontwerpen, installeren en onderhouden we, uit één hand. Met het Clean Air Plan houden we de installatie het hele jaar door in topconditie.

Wil je weten of je op de laswerkvloer binnen de grenswaarden blijft? Vraag een vrijblijvende nulmeting aan bij een van onze specialisten.

Veelgestelde vragen (FAQ)
00
Hoe vaak moet de blootstelling aan lasrook worden gemeten?

Er is geen vast kalenderinterval. Een meting is nodig bij ingebruikname en telkens wanneer er iets verandert in het lasproces, het basismateriaal, de toevoegmaterialen of de indeling van de werkplaats. Ook een gewijzigde afzuiginstallatie of een aangepast ventilatieregime is aanleiding voor een nieuwe beoordeling. De blootstellingsbeoordeling volgens NEN-EN 689 bepaalt vervolgens hoe vaak herhaalmetingen nodig zijn.

00
Kan de gefilterde lucht die vrijkomt bij het lassen in de werkplaats worden hergebruikt?

Dat kan, maar niet met elke installatie. Omdat lasrook als kankerverwekkend is geclassificeerd, gelden strenge eisen aan de filterprestatie voordat lucht terug de werkruimte in mag. Filters met W3-certificering volgens NEN-EN ISO 21904 zijn hiervoor bedoeld. Bij het lassen van gelegeerd staal met chroom of nikkel is recirculatie vaak niet toegestaan zonder aanvullende maatregelen. Laat dit per situatie beoordelen.

00
Werkt het afzuigsysteem ook in besloten ruimtes?

In besloten ruimten stapelt lasrook zich sneller op en is verdunning via ruimteventilatie geen optie. Bronafzuiging is er dus niet minder maar juist meer nodig. Praktisch betekent dit meestal een hoogvacuümoplossing met branderintegratie of een compacte zuigmond, omdat een afzuigarm er zelden goed te positioneren is. Aanvullende ademhalingsbescherming blijft in dit soort situaties gebruikelijk.

00
Is lasrookafzuiging verplicht?

Ja. In Nederland is lasrookafzuiging verplicht op basis van het Arbobesluit en de regelgeving rond gevaarlijke stoffen. Lasrook is wettelijk erkend als kankerverwekkende stof (categorie 1A) en valt onder strenge blootstellingsnormen. Werkgevers zijn verplicht om werknemers te beschermen tegen deze schadelijke deeltjes – en moeten maatregelen treffen die blootstelling zo laag mogelijk houden (het ALARA-principe).

De beste manier om aan deze verplichting te voldoen is door gebruik te maken van een effectieve bronafzuiging, zoals een lasrookafzuiginstallatie. In veel gevallen is dat zelfs de enige manier om onder de grenswaarde van 1 mg/m³ te blijven.

00
Wat is de beste methode om lasrook af te zuigen?

Puntafzuiging, direct bij de bron via branderintegratie of afzuigarmen, is het meest effectief.

00
Welke filters zijn geschikt voor lasrook?

Filters met W3-certificering volgens ISO 21904, zoals HEPA-filters of patronen met actiefkool, zijn aanbevolen vanwege hun hoge afscheidingsgraad.